Professor Jana Asselman leidt het Blue Growth Research Lab aan de UGent en het Ostend Science Park. Ze onderzoekt wat plastic doet met de zee en onze gezondheid.
Jana onderzoekt de Noordzee en ziet wat jij niet ziet. Kwallen met boeiende moleculen of plastic dat diep in de zeebodem verstopt zit. Tij-dingen sprak met haar over wat er echt speelt voor onze kust en wat jij morgen anders kan doen.
Tij-dingen: Als je vanop ons strand naar de Noordzee kijkt, wat zie je dan dat de gewone badgast niet ziet?
Jana Asselman: "Heel veel. Zeker de mooie dingen. Het leven in zee en het potentieel dat het biedt. Wat ik daarmee bedoel? Als jij een kwallenplaag ziet, dan vind je dat vervelend. Maar ik denk een stap verder omdat er in kwallen veel boeiende moleculen zitten om te onderzoeken. Dat geldt ook voor zeewier. Strandgangers vinden die vervelend omdat ze slijmerig aanvoelen. Ik vind ze juist boeiend. Aan de andere kant ben ik me ook meer bewust van de gevaren: de stromingen en turbulenties in de Noordzee. Ook al ziet het water er kalm uit. En natuurlijk de plasticvervuiling. Mensen zien de zichtbare dingen liggen, maar dan stel ik direct de vraag: wat als dat allemaal in zee terecht komt? Van waar komt het en vooral: waar gaat het naartoe? En welke impact zal dat hebben?"
Microplastics zijn deeltjes die kleiner zijn dan 1 mm. Hoe kleiner, hoe moeilijker wij ze zien en dus ook hoe groter de kans dat we die opeten.
Professor Jana Asselman leidt het Blue Growth Research Lab aan de UGent en het Ostend Science Park
T-d: In de Noordzee stapelen de problemen zich op. Waarover maak je je het meest zorgen?
Jana: "De opwarming wordt één van de grootste uitdagingen. Juist omdat we daar het minste vat op hebben. We krijgen steeds meer mariene hittegolven, periodes waarin het zeewater veel warmer is dan normaal. Daardoor zitten bepaalde soorten in de Noordzee op hun breekpunt. Soorten die tijdelijk instorten, maar voorlopig net genoeg herstellen. Daar maak ik mij meer zorgen over dan de scheepvaart. Omdat daarin al veel stappen zijn gezet, ook hier, om die vervuiling tegen te gaan. Veel vervuilende stoffen zijn ondertussen verboden. We houden de Noordzee goed in de gaten. Heel wat olie- en boorplatformen, die voor vervuiling zorgden, zijn afgesloten. Wat vervuilende stoffen betreft, staan we er nu beter voor dan vroeger."
T-d: Is onze Noordzee veel warmer dan vroeger?
Jana: "De globale temperatuurstijgingen gaan traag voor ons (0,1°C per 10 jaar). In de zomer zien we wel meer hittegolven, net zoals je die op het land hebt. Als de temperatuur geleidelijk stijgt, kan een soort zich nog aanpassen, ook al is het sowieso niet goed. Maar hittegolven, die ook intenser zijn, zorgen voor extra druk. Dat merk je ook bij de mens. De kwetsbare groepen, baby's en senioren, zien dan meer af. En eigenlijk heb je net hetzelfde in zee."
T-d: Jaarlijks belandt er 20.000 ton plastic in de Noordzee (5 à 6 vrachtwagens per dag). Waar komt dat plastic vandaan?
Jana: "Vooral via zwerfvuil. Afval dat we achterlaten op het strand en landinwaarts. Via beken en rivieren stroomt dat dan in zee. We sorteren beter, maar we moeten ook realistisch zijn. Een toeristische zomer zie je letterlijk op het strand. Zwerfvuil blijft een groot probleem. Zeker in stedelijke gebieden. Waar zwerfvuil soms besmettelijk werkt. Denk maar aan afval dat naast een vuilnisbak belandt. Je hebt ook plasticvervuiling via de scheepvaart en de visserij. Stukjes touw of netten die afbreken.Dat is zelden bewust. Maar het komt er allemaal bij. Toch komt het meeste nog altijd van het land. Ongeveer 80 procent."
T-d: Als iemand hier aan de kust mosselen eet of in zee zwemt, moet die zich zorgen maken?
Jana: "In een mossel vind je een pak minder microplastics dan in een voorverpakte maaltijd. Er zit misschien wel wat plastic in een mossel. Maar als je dat vergelijkt met de plasticconcentraties die wij binnenkrijgen via voeding, dan is dat zeker niet hoger. Wat er vrijkomt door je flesje frisdrank, je plastic verpakking, je synthetische kleding... Daar moet je je zeevruchten niet voor laten. Haal dan wel liever je mossels in de vishandel in plaats van in voorverpakt plastic."
T-d: Microplastics, het klinkt als iets piepkleins. Waarom is het een groot probleem?
Jana: "Als we over microplastics spreken, dan spreken we over de deeltjes die kleiner zijn dan 1 mm. Hoe kleiner, hoe moeilijker wij ze zien en dus ook hoe groter de kans dat we die opeten. De plastic deeltjes worden alsmaar kleiner. We spreken dan zelfs van nanoplastics en die kunnen in ons lichaam worden opgenomen. Een blokje plastic komt er terug uit, denk dan aan een kleuter die een stukje LEGO opeet. En wanneer die kleuter zich niet verslikt, dan vraagt de arts om te kijken of je het terugvindt in de pamper. Wij steken die blokjes niet in onze mond,maar kleine stukjes zien we niet. Een deel daarvan komt in het toilet terecht, een deel niet. Het kan dus in ons lijf terechtkomen en wat het daar doet, weten we nog niet. Er is al veel onderzoek naar gedaan met proefdieren. Maar we weten nog altijd niet of er een veilige dosis is, hoeveel plastic je mag binnenkrijgen. Dat het niet gezond is, dat weten we wel. Alleen niet hoe groot de risico's zijn."
Plastic in zee komt vooral van zwerfvuil. Afval dat we achterlaten op het strand en landinwaarts.
T-d: Dus die risico-inschatting is wat wetenschappers nu proberen te onderzoeken?
Jana: "Ja. En dat is natuurlijk een grote uitdaging. De meest ongezonde voeding is vaak de meest voorverpakte voeding. Loop je meer risico omdat je ongezonde dingen eet? Of omdat het in plastic verpakt is? Of een combinatie van beide? Ik maak altijd de vergelijking met roken. We weten allemaal dat roken slecht is voor de gezondheid en dat het leidt tot longkanker. Hoeveel sigaretten je mag roken voordat je longkanker krijgt? Beter geen, maar eigenlijk weet niemand het. We kennen mensen die nooit rookten en longkanker krijgen en mensen die veel rookten en niet ziek worden. Plastic zorgt voor dezelfde vraag. We weten dat het niet gezond is, maar we weten niet wat veilig is en waarom de ene wel ziek wordt na een langdurige blootstelling en de andere niet. Dat is echt moeilijk te achterhalen."
Tij-dingen: Stel dat je toch voorverpakte voeding koopt in de supermarkt. Spoel je het dan beter af?
Jana: "Het grootste risico ontstaat als je verpakking schuurt. Dan komen de deeltjes vrij. Daarom zeg ik altijd dat je voeding niet mag opwarmen in dat plastic bakje. Gebruik een ovenschaal of bord. Snij je charcuterie ook niet in de verpakking, haal het eruit en snijd het op je bord. Bij snijden of opwarmen, komen de meeste microplastics vrij. Kook ook geen rijst in die plastic builtjes, maar los in water, dat gaat even goed."
T-d: Veel mensen denken bij oceaanvervuiling aan verre oceanen. Hoe dichtbij is dit probleem eigenlijk?
Jana: "Wij hebben hier niet de zogenaamde vuilniseilanden, de plasticsoep die drijft op het oppervlak. De meeste plastic vervuiling zit waar je ze niet ziet: in de bodem en het strand. Ook in de Noordzee.In het water valt het best mee. De deeltjes die in het water zweven, worden zwaarder omdat er bv. organismen op kruipen en zakken naar de bodem. Dus de vervuiling zit vooral verstopt, maar ze is er en ze is in hoge concentraties aanwezig. Het probleem is dat we het niet uit de bodem krijgen, zonder nog meer schade te veroorzaken. Als je naar het strand gaat, vind je meer plastic in je emmertje zand dan in je emmertje water."
T-d: België werkt aan een vernieuwde mariene strategie en zet jonge platte oesters uit in de Noordzee. Is dat voldoende of is het een druppel op een hete plaat?
Jana: "Men gebruikt inderdaad bv. oesters en mosselen, de zogenaamde filtervoeders, om water te filteren. En als die water filteren, kunnen ze microplastics uit het water opnemen. Maar alleen de stukjes die juist groot genoeg zijn. Dus niets dat kleiner of groter is. Want die eten niet bewust, die filteren alleen water. Of dat veel gaat uitmaken? Dat denk ik niet omdat de meeste plasticvervuiling in de bodem zit. In het labo zijn er bacteriën die plastic kunnen afbreken en er zijn ook genetisch gemodificeerde bacteriën. Maar dat zijn geen mariene soorten. In een afvalwaterzuiveringssysteem werken die wel goed. Maar iets zomaar loslaten op een natuurlijk ecosysteem, is niet zonder risico. Misschien dat we ooit een technologische oplossing vinden, maar op dit moment is het vooral vermijden dat er extra bij komt."
T-d: Is er 1 iets dat ik anders kan doen dat in mijn dagelijks leven een verschil maakt?
Jana: "Kraantjeswater drinken. Het is gezond en het zorgt ervoor dat je minder microplastics binnenkrijgt. Het is niet het water op zich dat slecht is, maar wel de wrijving van de dop die zorgt voor de microplastics. Bovendien is de petfles één van de items die we het meest terugvinden tussen het zwerfvuil. Ik weet het, we recycleren die al heel goed en mensen zeggen altijd dat het bij hen in de pmd vliegt. Dat is fantastisch. Maar als je ergens het verschil wil maken, begin daarmee. En je rijst niet koken in die builtjes natuurlijk."
T-d: Sommige mensen zeggen: wetenschappers slaan al 40 jaar alarm en er verandert niets. Wat zeg jij tegen hen?
Jana: "Er is wel al veel veranderd en er moet nog meer veranderen. We hebben de ban op wegwerpplastic: plastic zakjes, rietjes, bestek. 10 jaar geleden was het er nog en nu mag het niet meer. Niemand heeft er last van. Daarnaast hebben we recent de ban op de zogenaamde microbeads ingevoerd. In heel wat cosmetica- en verzorgingsproducten werden microplastics toegevoegd om een schurend effect te hebben bij scrubs. Ook dat is verboden, want die kwamen in het milieu terecht. Op het moment zelf was dat een gigantisch drama. Dat is ook in de pers gekomen. Alle glitter- en kleuterjuffen schrokken: we kunnen niet meer knutselen, want die glitters zijn ook van plastic. We zijn nu 2 jaar verder en er zijn heel wat alternatieven. Zo zie je maar, ook wanneer we plastic bannen, gaat het leven door. En die impact mogen we echt niet onderschatten."
"In België is het nog wachten op de invoering van statiegeld op petflessen, waarvan iedereen zegt dat ze gerecycleerd moeten worden. In de landen waar het wel werd ingevoerd halen ze veel betere cijfers en ook daar gaat het leven gewoon door. Duitsland en Nederland doen het al. Niemand klaagt en iedereen is dat gewoon. 30 jaar geleden deden we niet anders, want er was alleen glas. Er mag meer druk op de ketel komen, want de schade keren we niet meer om. Het probleem is ook groter dan alleen plastics. Het is een en-enverhaal: plastics, klimaatverandering, fijnstof, PFAS. Hormoonverstorende stoffen. We kunnen niet ontkennen dat we de laatste 20 jaar een enorme toename zagen in de niet-chronische aandoeningen. Hart- en vaatziekten, longziekten en kankers. Komt het allemaal goed? We zetten stappen, maar we mogen de alarmsignalen niet negeren. Zowel voor het milieu als voor onze eigen gezondheid."