Zo groeiden de Garnaalfeesten uit tot het kloppend hart van Oostduinkerke. Het was geen feestidee dat op een servet werd geschreven. Het was een reddingsoperatie. Rond 1950 belandde de garnaalvisserij te paard in stormachtig weer.

Het onderhoud van paard en tuig kostte meer dan de vangsten opbrachten. Elders aan de kust was de paardenvisserij hierdoor al stilgevallen en voor Oostduinkerke dreigde hetzelfde lot. Maar het liep anders…

Hotelier met een missie

Honoré Loones (1910-1981) baatte in Oostduinkerke hotel-restaurant Gauquié uit. In 1948 trad hij toe tot de beheerraad van het lokale Syndicat de Propagande (of propaganda-syndikaat, de toenmalige VVV): een comité dat bijna uitsluitend uit Franstalige inwoners bestond. Loones overtuigde de andere bestuursleden van het belang van Nederlandstalige promotie. Want de grote meerderheid van de bezoekers sprak Nederlands.

Het gevolg was direct zichtbaar: nieuwe activiteiten, een nieuwe aanpak en al snel ook een nieuw idee.

Brief aan het schepencollege

Op 25 maart 1950 kreeg Loones de opdracht om een feestprogramma op te stellen voor de zomer van dat jaar. Het moest vooruitgaan, want het seizoen stond voor de deur.

Zijn redenering was eenvoudig, maar sterk. Oostduinkerke was de enige kustgemeente waar de strandvisserij nog bestond. Waarom zou je dat niet gebruiken als uithangbord? Toeristen zien graag wat ze nergens anders zien.

Op 13 april 1950 schreef Loones een brief aan het schepencollege. Hij vroeg financiële steun voor een feestprogramma van een hogere kwaliteit dan de gebruikelijke strandfestijnen. Andere badplaatsen niet nabootsen, maar iets origineels. Iets typisch voor Oostduinkerke.

1e programma

Zijn voorstel bevatte al de kiemen van wat later de Garnaalfeesten zouden worden: een prijskamp in het garnaalvissen te paard, een optocht met vissers, een wedstrijd in het opdienen van vis- en garnaalgerechten en een avondbal met vissersthema.

12 dagen later, op 25 april 1950, lag het antwoord van het schepencollege in de brievenbus. Het college onthaalde het voorstel gunstig. Het Officieel Bureau voor Propaganda en Toerisme kreeg opdracht mee te werken en de financiële steun zou onderzocht worden.

De netten waren uitgezet, het schip lag op koers. 1e feest: augustus 1950

Op 6 augustus vond het eerste officiële Garnaalfeest plaats. Een archiefspoor bewaart zelfs een diploma van de wedstrijd garnaalvissen te paard met die datum. Zwart op wit.

De stoet stond onder toezicht van schoolhoofd J. Joncheere, bijgestaan door 8 commissarissen. Een kleine delegatie journalisten had men verwend met een ontvangst en een feestmaal. Er was zelfs een boot voorzien om de strandvisserij van nabij te volgen. Alleen was de zee te woelig en de meesten werden zeeziek.

Weinig verenigingen deden mee, de medewerking van het dorp verliep stroef. Toch werd het een onverwacht succes.

Voorbeschouwing

In de zomer van 1949 vond een optocht plaats tot op de zeedijk, met een paar wagens die vissersboten moesten voorstellen. Michiel 'Mang' Debruyne, Engel Plaetevoet en Pieter Vermoote waren erbij. De toeristen keken met veel belangstelling naar deze folkloristische voorloper. De rest is geschiedenis.

De traditie krijgt vorm

In de jaren die volgden, groeide het feest gestaag. In 1954 sprak men al van de 5e editie, in 1955 van nummer 6. De datum schoof intussen op: van augustus naar begin juli en uiteindelijk naar eind juni. Dat was geen toeval. Het Garnaalfeest werd zo de feestelijke aftrap van het zomerseizoen.

Al in 1956 gaf de VVV een kalender uit met de tijdstippen waarop toeristen de paardenvissers konden zien uitrijden. Folklore en toerisme liepen hier bewust in de pas. Dat was de bedoeling van bij het begin.

In 1957 was er al sprake van een 'nieuwe formule': een plechtige zeewijding en een historische stoet kwamen erbij. Het feest schaafde zichzelf bij. Editie na editie.

1963: de stoet wordt groot

Het sleutelmoment voor de Garnaalstoet ligt in 1963. Stoetbouwer Frans Vromman nam de leiding en vernieuwde grondig: meer groepen, rijkere kostuums en uitgewerkte taferelen uit het vissersleven. Vanaf dan was de Garnaalstoet geen lokale optocht meer. Wel een folkloristische parade met artistieke ambitie.

De stoet zoals die er nu uitziet – met 50 groepen, de Zeewijding en historische scènes – is een rechtstreekse afstammeling van die artistieke doorbraak uit 1963.

Enig in zijn soort, wereldwijd erkend

Intussen werden de Garnaalfeesten ook in bredere kringen opgepikt. En terecht: Oostduinkerke is tot op vandaag de enige plek ter wereld waar garnalen nog te paard worden gevangen. Een traditie van meer dan 500 jaar.

In 2013 erkende UNESCO de garnaalvisserij te paard als Immaterieel Erfgoed van de Mensheid. Wat Loones in 1950 voor ogen had — een stervend ambacht redden door het zichtbaar te maken — was intussen uitgegroeid tot een internationale erfgoedprestatie.

75 kaarsjes in 2026

Dit jaar bestaan de Garnaalfeesten 75 jaar. Niet elke editie verliep vlekkeloos: de coronajaren lieten sporen na. Maar de feesten hielden stand. Traditie en vernieuwing varen zij aan zij. 5 jaar geleden ontstond het Belgisch Kampioenschap Garnaalpellen. Een wedstrijd die perfect past binnen het concept.

Wat begon met een brief aan het schepencollege in april 1950 eindigde in één van de bekendste folkloristische manifestaties van de kust. Een reddingsoperatie werd een feest. Nu nog altijd.

Bron: 50 jaar Garnaalfeest Oostduinkerke - Roger Cornette en Jacques Beun