Kristof Santy en Della Calberson: 2 kunstenaars met een fascinatie voor dingen, alles wat geen mens of dier is. De zaken en voorwerpen waarmee we elke dag leven. Kijk thuis even rond: zonder de meeste van die dingen zou het een kale bedoening zijn.

Naar aanleiding van Dingen trok K-ambassadeur Myriam Zelderloo naar het Gentse om Els Huygelen en Dirk Zoete te spreken. Het is dankzij hen dat het werk van Calberson vandaag te zien is in Kunstencentrum Ten Bogaerde.

Even voorstellen

Kristof Santy (°1987) vergroot herkenbare objecten tot monumentale schilderijen en tekeningen. Alles wat hij schildert of tekent, is meteen herkenbaar: van een ventilator tot een stuk taart, van een fruitpers tot een koffiekan. What you see is what you get: misverstanden zijn onmogelijk. Santy kent niet alleen de kunstgeschiedenis, maar heeft ook een uitgesproken belangstelling voor folklore, non-conformistische en naïeve kunst.

Ook het werk van Della Calberson (1953-2017) moet je zeker ontdekken. Sinds haar overlijden was het amper nog te zien. Textielontwerper Els Huygelen en kunstenaar Dirk Zoete zorgden ervoor dat we haar werk kunnen zien in Koksijde, zij redden de kunst van Calberson na haar dood van de vergetelheid. Over haar leven weten we weinig. Net daarom trok K-ambassadeur Myriam Zelderloo naar Gent om het koppel hierover te interviewen.

Dirk en Els ontvingen Myriam in hun kunstenaarswoning, enkele weken voor de start van Dingen. In het huis staat het werk van Della Calberson opgeslagen. “We hebben samen haar werk gered”, vertelt Dirk. “Della dacht niet aan familie om haar werk aan door te geven. Ze had wel een geadopteerde zoon, Sergio, maar die was niet met kunst bezig. Na haar dood was er niemand om haar kunstwerken te beheren. Zo is het bij ons terechtgekomen. Heel toevallig.”

Della woonde vlakbij, kwam vaak langs en had een band met Dirk en Els. Nog voor haar overlijden gaf ze Dirk veel materiaal uit haar archief. “Het leek alsof ze inzag dat wij goed voor haar werk zouden zorgen. Maar ze had daar niets officieel voor geregeld. Zo was Della.”

Een leven tussen boeken, planten en kunst

Della Calberson werd geboren in Gent op 3 januari 1953 als oudste van 5 kinderen. Haar vader was beroepsmilitair, waardoor het gezin op verschillende plaatsen in Duitsland woonde. Vooral de natuur bleef haar bij. Als kind wandelde ze urenlang door beboste gebieden.

Die liefde voor de natuur bleef haar hele leven aanwezig. Della kende veel van wilde bloemen, planten en zaden. Zo verzamelde ze zaden tijdens fietstochten langs de Schelde om uit te strooien in de tuin van Dirk en Els. “Onze tuin was een beetje van haar”, zegt Dirk. “Soms zagen we haar plots bezig. Ze had niets afgesproken, ze deed het gewoon. En ineens stond onze tuin vol klaprozen en wilde bloemen.”

Della was ook sterk bezig met boeken. Ze studeerde Roemeens en vertaalde teksten. Volgens haar zus vond ze Roemeense teksten vertalen op een bank in het park “het leukste wat ze ooit gedaan had." Ze bleef dat ook doen tot laat in haar leven.

In de jaren 1970 en 1980 vormde ze in Gent een opvallend kunstenaarskoppel met Mark Van Slembrouck, alias Sleppe. Hun leven was flamboyant, anarchistisch en niet altijd eenvoudig. Later wilde Della niets meer over die periode horen. “Ze had een soort getormenteerdheid, een verbetenheid”, zegt Dirk. “Ik heb nooit echt geweten waar die vandaan kwam.”

Van figuratief werk naar keramische sculpturen

In haar kunstenaarschap zijn er volgens Dirk 3 fasen. "In haar vroege werk maakte Della figuratieve en anekdotische beelden, vaak geïnspireerd door folklore, Gentse verhalen en mensen uit haar omgeving. Ze maakte onder meer beeldjes van Mr. Proper, Walter De Buck en zelfportretten in keramiek of porselein."

Daarna volgde een periode met grote vazen, soms met water erin of zelfs fonteintjes. "Haar laatste periode is de meest herkenbare en vormt de kern van de tentoonstelling in Ten Bogaerde. Daarin maakte ze objecten uit klei en porselein, opgebouwd uit kleine stukken die ze met ijzerdraad aan elkaar zette."

"Die techniek ontstond uit haar fascinatie voor alledaagse plastic voorwerpen: gieters, kommen, speelgoed en kuipen. Ze gebruikte die objecten als mallen, drukte er klei in, sneed de vorm in stukken, nummerde elk onderdeel, bakte alles afzonderlijk en zette het daarna opnieuw in elkaar." Het resultaat: objecten die tegelijk herkenbaar, breekbaar, houterig en wonderlijk zijn.

"Della beschreef dat proces zelf met veel zelfrelativering. Ze keek met bewondering naar de 'perfecte' vormen van kunststof en industriële objecten, maar botste met klei en porselein op de technische beperkingen", zegt Dirk. Daardoor werden haar werken geen kopieën, maar eigenzinnige vertalingen. “Mijn werkjes vallen uit als karikaturen van mijn aanbeden voorbeelden”, schreef ze ooit.

Precies daarin schuilt hun kracht. Della verheft het gewone. Een gieter of een kuip wordt bij haar iets kwetsbaars en tastbaars.

Dirk Zoete

Meer dan keramiek

"Della was technisch heel vaardig. Ze kende glazuren, kleuren en materialen door en door. Tegelijk wilde ze niet opgesloten worden in het vakje van keramiek." Volgens Dirk ergerde ze zich eraan dat er in de keramiekwereld vaak meer gesproken werd over techniek dan over kunst. “Hoe is iets gebakken? Hoe is iets geglazuurd? Dat vond ze te beperkt. Zij wilde dat wat ze maakte een kunstwerk was.”

Daarom keerde ze eind jaren 1990 terug naar het KASK in Gent, waar ze Mixed Media volgde. Ze wilde werken met nieuwe technieken, jonge mensen ontmoeten en zich losmaken van het louter ambachtelijke. Voor haar collega-keramisten was haar nieuw werk niet vanzelfsprekend. Sommigen vroegen zich af of het nog wel keramiek was. Della vond het net belangrijk om die grenzen open te breken.

"Ook de presentatie van haar werk hield haar bezig. Ze maakte keramische sokkeltjes en dacht na over hoe een sokkel geen neutraal blok hoefde te zijn, maar een onderdeel van het werk kon worden." In Ten Bogaerde zie je haar werk onder meer op tafels, aan de muur en op sokkels. “Alsof ze nog aan het werk is”, zegt Dirk.

Boeiend én stekelig

Wie Della kende, omschrijft haar als slim en niet altijd gemakkelijk. “Ze kon steken”, zegt Dirk. “Dat is een goeie vergelijking. Ze kon kwaad zijn.” Els vult aan: “Het was een speciale vrouw. Ze had momenten waarop ze zich kwaad maakte op van alles. Heftig, ja.”

Toch bedoelen Dirk en Els dat niet negatief. "Het stekelige hoorde bij haar persoonlijkheid én bij haar werk. Ze was geen open boek. Ze wilde op zichzelf zijn, in haar eigen wereld, met haar eigen regels. Afspraken moesten kloppen. Wie om 10 uur werd verwacht, moest niet om 11 uur aankomen. Maar wie haar vertrouwen kreeg, kon op haar rekenen."

Een belangrijke wending in haar leven was de adoptie van Sergio, een jonge Roma die ze ontmoette aan de Dampoort in Gent. Hij bedelde daar aan de winkel waar Della boodschappen deed. Ze nodigde hem uit om te komen eten, later om te blijven slapen en uiteindelijk startte ze een adoptieprocedure. Dat werd een lang en moeilijk traject, waarvoor Dirk en Els haar hielpen met administratie en opzoekwerk. “Ze kreeg van bijna niemand steun”, vertelt Els. “Maar ze heeft het wel gedaan.”

In de laatste 10 jaar van haar leven maakte Della nauwelijks nog kunst. Ze las, luisterde naar klassieke muziek, studeerde Roemeens en zorgde op haar manier voor Sergio. In 2017 overleed ze aan longkanker. Ze werd 64 jaar.

Herontdekt in Ten Bogaerde

Vandaag krijgt haar werk opnieuw een plek. Volgens Dirk past die herontdekking perfect in de tijdsgeest. “Kunst die verdwenen of vergeten is, wordt opnieuw bekeken. Zeker het werk van vrouwelijke kunstenaars krijgt vandaag terecht meer aandacht.”

Ook keramiek wordt vandaag anders gewaardeerd dan vroeger. Niet langer alleen als ambacht of toegepaste kunst, maar als volwaardige beeldende kunst. “Della’s werk is meer dan keramiek”, zegt Dirk. “Het zijn sculpturen. Het is beeldhouwkunst.”