Een appel of een fruitmand die in ons geheugen blijft hangen. In het werk van Kristof Santy krijgen gewone dingen aandacht. Die fascinatie voor het alledaagse is de rode draad in Dingen, de tentoonstelling in Kunstencentrum Ten Bogaerde.

Op zaterdag 3 oktober komt Santy langs voor Art Talk met S.M.A.K. Gent-directeur Philippe Van Cauteren.

Tij-dingen: Wanneer begon je zelf anders naar alledaagse objecten te kijken?

Kristof Santy: "Dat heeft te maken met de periode waarin ik in een drukkerij werkte. Van 2008 tot 2021 deed ik er ploegenwerk. Mijn eigen job was repetitief, maar ook de handelingen van de mensen rondom mij waren dat. Tijdens de pauze kwam iedereen samen en aten we vaak ongeveer hetzelfde. Ik begon aandacht te krijgen voor die kleine handelingen en voor de objecten die erbij hoorden. Niet omdat ze uitzonderlijk waren, maar net omdat ze zo gewoon en zo aanwezig waren. Eigenlijk had ik toen 2 levens die ik perfect van elkaar kon scheiden. Aan de ene kant was er mijn job, waar ik op zich gelukkig mee was. En na het werk hield ik me met kunst bezig. Ik had helemaal geen plannen om voltijds kunstenaar te worden. Die monotonie was zelfs een soort aanvulling op mijn creatieve leven. Als bron van inspiratie. Je hoeft verveling niet tot een filosofisch systeem te verheffen om er schoonheid in te kunnen zien."

Art Talk en boekvoorstelling Bolero - Kristof Santy: met Philippe Van Cauteren (directeur S.M.A.K. Gent en curator van de tentoonstelling), Kristof en Dirk Zoete van de collectie Della Calberson.

Op zaterdag 3 oktober (11-13 uur) in Kunstencentrum Ten Bogaerde. Schrijf je in: www.koksijde.be/arttalk26

T-d: Uiteindelijk koos je toch volledig voor de kunst.

Kristof: "Er kwamen op een bepaald moment verschillende kansen tegelijk en die kon ik moeilijk laten liggen. Zo is het gegroeid. Ik zou ook niet zeggen dat ik van mijn hobby mijn beroep heb gemaakt. Kaarten of badminton, dat zijn hobby's voor mij. Kunst maken, is iets anders. Dat is een passie. Ik heb nog altijd honger om te studeren, bij te leren en beter te worden. Ik zie het als een talent dat ik zo goed mogelijk wil benutten. Maar daar staat voor mij geen einddoel tegenover. Het gaat niet over bekend worden of op een bepaald punt aankomen. Ik wil vooral blijven leren en kijken."

T-d: Wat maakt een voorwerp interessant genoeg om het te schilderen?

Kristof: "Er is geen vaste regel. Het kan een vorm zijn, een kleur of een compositie, maar evengoed een beeld dat ergens in mijn geheugen is blijven hangen. Ik vertrek niet vanuit een verhaal. Eerst is er iets visueels dat mij interesseert. Tijdens het schilderen ontstaan daar soms associaties rond, maar ik wil die niet opleggen aan de kijker. Neem nu een appel. Daar kun je allerlei betekenissen aan verbinden: leven, het scheppingsverhaal, noem maar op. Maar ik heb die betekenis zelf niet in het schilderij gestopt. Wat jij erin ziet, is jouw zaak. Ik wil met mijn werk niet noodzakelijk iets vertellen. Uiteindelijk gaat schilderen voor mij in de eerste plaats over vorm, kleur en gevoel. Soms maken we kunst complexer dan ze eigenlijk is."

T-d: Toch wordt je werk vaak als nostalgisch omschreven.

Kristof: "Dat begrijp ik, maar ook die nostalgie ontstaat volgens mij vooral bij de kijker. Een fruitmand bestaat vandaag nog altijd. Maar wanneer ik die schilder, kan iemand tegelijk denken aan de fruitmanden uit de 17e-eeuwse schilderkunst. Of aan het gebruik om een fruitmand mee te nemen wanneer iemand in het ziekenhuis ligt. Hetzelfde object krijgt doorheen de tijd allerlei betekenissen. Net dat vind ik interessant: die opeenstapeling van associaties en herinneringen. Alledaagse dingen zijn zo aanwezig in ons leven dat ze op een bepaald moment bijna een stuk van onszelf worden. Maar ik ben daarom geen retrokunstenaar. Ik maak een compositie waarvan ik vind dat ze moet kloppen qua vorm en kleur. Sommige hedendaagse objecten schilder ik trouwens minder snel. Een smartphone of een computer bijvoorbeeld. Daar voel ik zelf minder toekomst in. Andere dingen blijven op een of andere manier sterker hangen."

T-d: Voor Dingen werd je werk samengebracht met dat van Della Calberson. Waar ontmoeten jullie elkaar?

Kristof: "Vooral in de aandacht voor zaken waar we normaal weinig bij stilstaan. Een alledaags object is meestal gewoon aanwezig. Je gebruikt het en daarna denk je er niet meer over na. Zodra je het als onderwerp neemt, haal je het even uit die vanzelfsprekendheid. Wat Della en ik vervolgens met die objecten doen, is heel verschillend. Dat maakt de tentoonstelling net interessant. Je kunt vanuit een gelijkaardige nieuwsgierigheid vertrekken en daar op een totaal andere manier mee omgaan."

T-d: Verzamelen is belangrijk voor jou. Wat heeft dat met je kunst te maken?

Kristof: "Verzamelen heeft voor mij vooral met kijken te maken. Zodra je iets begint te verzamelen, geef je het aandacht. Dat kunnen echte voorwerpen zijn, maar ook beelden, vormen of herinneringen. We verzamelen boeken, gaan naar brocantes, houden dingen bij. Niet omdat we ze willen bezitten, maar soms omdat we iets willen bewaren of doorgeven. Dat is een belangrijk verschil. Ook een schilderij dat ik heb afgewerkt, moet niet 'van mij' blijven. Ik heb er geen moeite mee om het te laten gaan. Bij verzamelen gaat het om doorgeven aan volgende generaties. Misschien heeft dat ook met mijn eigen nuchterheid te maken. Ik wil mijn kunst niet opdringen vanuit een houding van: kijk eens wat ik kan."

T-d: Is dat ook de gedachte achter je nieuwe boek Bolero?

Kristof: "Deels wel. Een boek kan verschillende periodes en ideeën samenbrengen op een manier die in een tentoonstelling moeilijker is. Ik wil mijn schilderijen niet uitleggen. Een schilderij heeft voor mij geen handleiding nodig. Het boek is eerder een document van een bepaalde periode. Door werken naast elkaar te zien, ontdek je soms verbanden waarvan je je tijdens het maken niet eens zo bewust was. Maar een boek heeft ook iets duurzaams. Je geeft er kennis mee door. Ik verzamel zelf boeken om die reden. Misschien vindt iemand over 200 jaar mijn boek ergens op een rommelmarkt en denkt die: hé, dit is interessant, hier kan ik iets mee. Dat idee vind ik mooi. Opnieuw gaat het dan niet echt over mij, maar over iets bewaren en doorgeven."

T-d: Op 3 oktober praat je tijdens de Art Talk met S.M.A.K.-directeur Philippe Van Cauteren over je werk en je boek. Kijk je daarnaar uit?

Kristof: "Het is de eerste keer dat ik zoiets doe, dus het wordt zeker een uitdaging. Ik communiceer gemakkelijker via mijn werk dan door erover te praten. Gelukkig heeft Van Cauteren mij al wat gerustgesteld. Ik heb sowieso wat moeite met de aandacht die hierbij komt kijken. Ook met complimenten trouwens. Wanneer iemand zegt dat een werk hem raakt, weet ik niet goed wat ik daarop moet antwoorden. Uiteraard ben ik blij voor die persoon en hoop ik dat het oprecht is, maar zoiets blijft voor mij heel persoonlijk. Ik ben nu bijvoorbeeld bezig met de opbouw van een tentoonstelling in een Brusselse galerie. Ik werk er samen met mensen uit Marseille, Tunesië en Congo. Ook dat houdt mij met beide voeten op de grond. Van iedereen kan je iets leren. En wie weet leert iemand anders op zijn beurt iets uit mijn werk of uit het boek."

T-d: Wat hoop je dat mensen na Dingen of de Art Talk onthouden?

Kristof: "Ik hoop vooral dat ze opnieuw kijken. Ik vind het interessanter wanneer iemand na het zien van mijn werk anders naar een gewoon object kijkt dan wanneer die persoon een bepaalde uitleg over mijn schilderijen onthoudt. Misschien zie je daarna ergens een voorwerp liggen en denk je er even over na. Of je merkt een handeling van iemand op waar je anders gewoon aan voorbij zou gaan. Voor mij is observeren één van de interessantste dingen die er zijn. Als mijn werk mensen daar even toe kan aanzetten, is dat voldoende."