Henri Dewulf werd burgemeester in 1983 en bond in 1992 opnieuw de burgemeesterssjerp om. Naast Marc Vanden Bussche en Sander Loones is hij de enige nog levende burgemeester van onze gemeente. Met Henri sluit onze reeks 'Terug in de tijd: burgemeesters' af.
In dit gesprek blikt Henri terug op zijn jeugd - als zoon van burgemeester Firmin Dewulf, de bewogen oorlogsjaren, zijn eigen politieke loopbaan, de moeilijke periode na de verkiezingen van 1988 en zijn realisaties waar hij vandaag nog steeds trots op is.
Henri Dewulf: "Ja. Politiek was thuis aanwezig en voelde van jongs af aan vanzelfsprekend aan. Wij vonden dat heel gewoon. Mijn vader nam mij vaak mee naar plechtigheden. Daardoor kwam ik met veel mensen in contact en maakte ik mooie momenten mee. Later probeerde ik ook om dat voor mijn kinderen zo vanzelfsprekend mogelijk te laten zijn. Ik denk dat ik daarin geslaagd ben. Al ben je als burgemeester natuurlijk minder thuis."
Henri: "Hij kwam uit een groot gezin en was een echte familiemens. Samen met mijn moeder runde hij een hotel. Mijn vader was hotelier in hart en nieren: gastvrij en sterk betrokken bij het sociale leven. Hij was voorzitter of actief lid van verschillende verenigingen. Als burgemeester stond hij dicht bij de mensen. Hij was een echte burgervader. De 2 oorlogen in deze streek speelden daarin een belangrijke rol. In zijn tijd ging het soms letterlijk over leven en dood. Dat kunnen wij ons vandaag nauwelijks voorstellen."
Henri: "Na de Eerste Wereldoorlog, tijdens de wederopbouw, werd mijn vader - vanuit Brugge naar De Panne gestuurd om er een bankagentschap te openen. Daarom moest hij in onze streek verblijven. Hij logeerde in Hotel de France, dat werd uitgebaat door Berthe Lowagie, mijn latere moeder, en haar zus. Zo is hun verhaal begonnen. Mijn moeder speelde piano en kende veel Engelse liedjes. Engelse ingenieurs die in het hotel verbleven, brachten de partituren mee. Later bleef ze die muziek spelen. Zo is ook mijn liefde voor muziek ontstaan."
Henri: "Hij stond tussen de mensen. Mijn vader was bescheiden en volks. Hij kende veel mensen, luisterde en probeerde te helpen. Hij kon met allerlei mensen overweg. Dat was in het hotel zo, maar ook in de politiek."
Henri Dewulf (midden) in gesprek met Paul Delvaux. Echtgenote Jeannette Maertens kijkt toe.
Henri: "Mijn vader is aangesteld als burgemeester in 1941. Zijn voorganger, Gustaaf Houtsaeger, was door de bezetter afgezet omdat hij de leeftijdsgrens had overschreden. Voor mijn vader was het een zware opdracht om in volle oorlogstijd burgemeester te zijn. Hij zorgde ervoor dat heel wat Koksijdenaars en streekgenoten niet naar Duitsland moesten vertrekken. Sommige mensen werden tewerkgesteld, onder meer bij de gemeente, en anderen hielp hij onderduiken."
Vluchtelingen zochten onderdak, het toerisme lag stil en bombardementen maakten slachtoffers. Op 20 september 1941 vielen bommen in en rond het dorp. Een stuk metaal van bijna een kilo doorboorde het dak van de pastorie. De dreiging was nooit ver weg. Op 9 september 1944 werd Koksijde door Canadese troepen bevrijd.
Henri: “De Duitsers hadden ook ons hotel bezet en gebruikten het als logement. Wij woonden toen met ons gezin in 2 kamers en gebruikten de keuken in de kelder. In het restaurant stond een bureau met een radiopost die in verbinding stond met alle andere posten en met het vliegplein van Koksijde. Aan de ene kant van het bureau zat een Duitser. De laden aan de andere kant gebruikte mijn vader om documenten te verbergen, zoals rantsoeneringsbonnen en lijsten met namen van ondergedoken burgers. Na een klacht, duidelijk van een Duitsgezinde persoon, werd mijn vader in februari 1944 door de Duitsers opgepakt en opgesloten in de gevangenis Pandreitje in Brugge. Voor mijn moeder en ons hele gezin was dat een verschrikkelijke periode. Gelukkig kwam hij na een tiental dagen weer vrij. Bij zijn aanhouding werd ons huis doorzocht, maar niemand besteedde aandacht aan het bureau, omdat het door een Duitser werd gebruikt. Gelukkig maar. We zijn daar aan een catastrofe ontsnapt.”
Henri: "Zeker. Er waren het militaire vliegveld, de bombardementen, gesloten scholen en verplaatste klassen.”
Wist je dat… de benaming ‘Vliegplein van Koksijde’ voor het eerst officieel gebruikt werd op 1 januari 1948?
Henri: "Absoluut. Er stond dat hij volks en vriendelijk was voor iedereen, en dat hij in Koksijde 'klein en groot bij naam kende'. Dat klopt. Hij was rechtgeaard, scherp in zijn blik, maar mild in zijn oordeel. Er stond ook: ‘Ik ben gekomen om te dienen, niet om gediend te worden.’ Dat was zijn christelijke en idealistische uitgangspunt. Veel mensen kenden zijn publieke verwezenlijkingen, maar vooral wat hij in stilte deed, verdient dankbaarheid. Tijdens de oorlogsjaren heeft hij voor een hele generatie mensen en families veel betekend."
Henri: "Ja. In de jaren 1960 en 1970 bouwde hij mee aan een gemeente in volle ontwikkeling. Denk aan de Onze-Lieve-Vrouw ter Duinenkerk, het sportstadion, het Hoge Blekkerbad, de heraanleg van de zeedijk. Dat was een periode waarin Koksijde veranderde en groeide."
Henri: “Heel belangrijk. Hij was tot aan zijn overlijden voorzitter van de examencommissie. Het is ook dankzij hem dat de Hotelschool in Koksijde kon blijven. Toen er sprake was van een verhuizing naar Brugge, vernamen pastoor Avonture van de Sint-Pieterskerk en het gemeentebestuur die plannen. Mijn vader en zijn schepen Pierre Supeley trokken naar Brugge om de zaak te bespreken. Ze slaagden erin de bisschop van gedachten te doen veranderen. Volgens pastoor Avonture was dat een mirakel.”
Henri: "Dat gebeurde een beetje automatisch. De katholieke partij had in die tijd veel te zeggen en wij zijn katholiek opgevoed. Die waarden sloten aan bij mijn eigen maatschappijvisie. Mijn vader had volgens mij geen partijkaart, maar hij was wel van christendemocratische signatuur. Voor mij was het niet abnormaal dat ik ook in de politiek zou belanden."
Henri: “Ik heb het voorbeeld van mijn vader gevolgd, maar de omstandigheden en de tijdsgeest waren natuurlijk helemaal anders. Zijn burgemeesterschap speelde zich af in een periode van oorlog, wederopbouw en grote onzekerheid. In die zin had ik het gemakkelijker. Van hem kreeg ik zeker het verantwoordelijkheidsgevoel en de aandacht voor de mensen mee. Zelf koesterde ik misschien wat meer ambitie voor de gemeente. Ik vond bijvoorbeeld dat we op het vlak van cultuur en onderwijs niet mochten achterophinken.”
Henri: “Het waren intense jaren, maar ik kijk er vooral tevreden op terug. Tijdens mijn eerste bestuursperiode was het gemakkelijker om initiatieven te nemen en zaken te realiseren. In mijn tweede termijn raakte de gemeente politiek onbestuurbaar en werd Jef Leye aangesteld als burgemeester buiten de raad. Dat is een uitzonderlijke maatregel die uiterst zelden wordt toegepast. Ik zetelde toen als gemeenteraadslid. Volgens mij was dat voor de gemeente een periode van stilstand. Na het overlijden van Jef Leye werd ik in februari 1992 opnieuw burgemeester."
Noot van de redactie: De gemeenteraadsverkiezingen van 1988 leidden in Koksijde tot een uitzonderlijk complexe politieke periode. De CVP, met Henri Dewulf als lijsttrekker, behaalde 10 zetels. D88, met o.a. Jan Loones en Marc Vanden Bussche, haalde er 7 en vormde samen met PVV en SP een coalitie van 13 zetels. Jan Loones werd voorgedragen als burgemeester. De CVP diende daartegen klacht in bij de provincie. Nadat die klacht werd afgewezen, stapte de partij naar de Raad van State. Intussen ontstond ook binnen de PVV verdeeldheid en stapten raadsleden over naar de CVP. De politieke patstelling was compleet en geen van beide kampen beschikte nog over een werkbare meerderheid. Uiteindelijk werd Jef Leye als burgemeester van buiten de gemeenteraad aangesteld. Hij trad op 11 januari 1990 officieel aan en overleed in september 1991.
Henri: “Nee. Ik zou niets anders doen.”
Henri: "Dat maakte mij fier en gelukkig. Als geboren Koksijdenaar had ik een sterke band met alle lagen van de bevolking. De mensen stonden altijd centraal. Ik haalde ook veel voldoening uit mijn contacten in de Hotelschool Ter Duinen, het Rode Kruis en de militaire basis. Later was ik trouwens vele maanden verbonden aan de basis van Koksijde, als reserveofficier. Ik verbleef in de Mess van Officieren (De Vigie). Als burgemeester doe je meer dan dossiers opvolgen. Het is aanwezig zijn, voelen wat er leeft en soms beslissen in het belang van de gemeente, ook als je tegen de stroom ingaat."
Henri: "Op de naambekendheid die Koksijde heeft opgebouwd en op realisaties zoals het Museum Paul Delvaux, de Duinenabdij, Westhoek Academie Koksijde en de Vlaams-Waalse Week. Vooral op de Koninklijke Gemeentelijke Harmonie Koksijde ben ik heel trots. Muziek lag en ligt me nog altijd nauw aan het hart. Ik ben lange tijd voorzitter van de harmonie geweest, ook tijdens het burgemeesterschap van Marc Vanden Bussche en Sander Loones. Sinds kort ben ik erevoorzitter. Op sportief vlak ben ik vooral trots op de Duinencross, georganiseerd door een groep medewerkers die later vrienden werden. Onze cyclocrosswedstrijd groeide uit tot een klassieker die niet meer weg te denken is van de internationale wielerkalender."
Henri: "Vroeger was er al kunstonderwijs of een academie in Veurne en in Nieuwpoort. Ik vond het ongehoord dat wij achterbleven. Daarom richtte ik de Westhoek Academie op, met Walter Vilain als directeur en Jan Hoet als één van de eerste lesgevers. Het is een gereputeerde academie, met vestigingen tot in Alveringem. Er is veel talent gevormd en velen zijn intussen uitgezwermd."
Henri: “Dat is een bijzonder verhaal. Paul Delvaux had de prestigieuze ‘Grand Prix Septennal de la Province de Liège’ gewonnen, maar hij had geen zin om de prijs daar op te halen. Ik wist dat de deputatie van Luik jaarlijks op verplaatsing ging om de begroting voor te bereiden. Daarom nodigde ik hen uit om de prijs op het gemeentehuis van Koksijde te komen overhandigen. Paul Delvaux was tevreden dat hij niet naar Luik hoefde, de organisatoren blij dat ze de prijs alsnog konden uitreiken en ik was gelukkig.”
Henri: “Bij de renovatie bleek er een probleem met de riolering. Er kwam kritiek op het plan om het museum ondergronds uit te breiden, met als argument dat die uitbreiding in de weg lag van de riolering. Ik draaide de redenering om en zei dat de riolen in de weg lagen van het museum. Ik had intussen al contact opgenomen met de achterburen om de riolering langs de scheidingslijn tussen het museum en hun eigendom te leggen. Zo is het uiteindelijk ook gebeurd. Pragmatisch zijn hoort bij het burgemeesterschap.”
Koksijde telt 3 levende (ere)burgemeesters: huidig burgervader Sander Loones, Marc Vanden Bussche en Henri Dewulf.
Henri: "Echt terugdraaien? Nee. Natuurlijk kun je achteraf altijd zeggen dat sommige dingen anders of beter hadden gekund, maar fundamenteel heb ik van niets spijt. Ik dank vooral mijn vrouw en kinderen voor hun begrip, omdat ik zo weinig thuis was. En ja, ik heb de politiek gemist."
Henri: “Ja. Ik sta niet achter een reconversie van de luchtmachtbasis om de bouwproblematiek op te lossen. Dat is de enige nog open vlakte aan de kust. Er zijn andere mogelijkheden. Ook bij hoogbouw had en heb ik mijn bedenkingen. Ik vind het geen goed idee om hoogbouw toe te laten in de villawijken ten zuiden van de Koninklijke Baan. Wat de golf betreft, die discussie is niet meer van toepassing. We hebben nu een prachtige golf in Oostduinkerke.”
Henri: “Dat was pijnlijk. In juni werden mijn nicht Sophie en ik uit de CD&V-gemeenteraadsfractie gezet. Daarna moesten we nog een half jaar letterlijk naast onze voormalige partijgenoten zitten. Ik was doodongelukkig dat het zo moest eindigen, maar ik ben op niemand boos.”
Henri: "Om voor alle inwoners het goede te doen, zonder onderscheid van rang of stand. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het niet. Wat goed is voor de ene, wordt soms verkeerd begrepen door iemand anders. Toch moet je beslissen."
Henri: "Dat was een aanpassing, maar het gaf mij ook meer tijd voor mijn familie. Daarna zetelde ik nog een tijd als gemeenteraadslid. Dat is natuurlijk anders, maar ik vond het belangrijk om ook dan nog mijn visie te geven."
Henri: “Koning Boudewijn kwam ooit op bezoek, met prins Filip, die toen 12 jaar was. Ze bezochten de Duinenabdij. Mijn vader zorgde ervoor dat ‘het muziek’, zoals hij de harmonie van Koksijde noemde, hen zou opwachten. Hij regelde ook dat de koning de schoonvader van Paul Vanden Boeynants begroette. De man was tot tranen toe bewogen en kreeg zelfs een knuffel van de koning. Later kwam koning Boudewijn nog eens met koningin Fabiola naar Koksijde. Toen zij van de hapjes wilde proeven, gaf ze haar handschoentjes aan mijn moeder. Toen ik burgemeester was, kreeg ik zelf een uitnodiging voor een audiëntie bij koning Boudewijn. Dat verraste me, want zoiets maakt niet iedereen mee. Ik vond het een hele eer. Het werd een bijzonder aangenaam gesprek. De voorziene 15 à 20 minuten werden er uiteindelijk meer dan 45.”
Henri: “Koksijde is mijn thuis en ook de thuis van mijn familie. Voor mij blijft het de mooiste gemeente om te wonen. Als ik vandaag in Koksijde rondloop, doet het deugd om te zien dat het hier goed gaat.”
Henri: “Marc Vanden Bussche heeft de gemeente op zijn eigen manier bestuurd. Sander Loones heeft zeker de kwaliteiten om Koksijde te leiden en verder op de kaart te zetten.”
Henri: “Zeker, ondanks het feit dat er veel veranderd is. Politiek is niet weg te denken uit onze maatschappij en blijft nodig, op alle niveaus.”
Henri: “Met dankbaarheid. Voor Koksijde, voor de vele mensen die ik heb mogen ontmoeten, voor de steun van mijn gezin en familie – in het bijzonder mijn echtgenote Jeannette Maertens. Ze was haar leven lang een goede burgemeestersvrouw. Politiek heeft veel van mij gevraagd, maar ik heb er ook veel voor teruggekregen. Burgemeester zijn is een grote verantwoordelijkheid, maar ook een hele eer. Je moet dicht bij de mensen blijven. Dat heb ik van mijn vader geleerd en dat blijft voor mij de essentie.”